In tien jaar tijd heb ik niet zo uitgekeken naar een nieuwe game als Dragon Age: The Veilguard. Het eerste deel in de franchise, Dragon Age: Origins, staat nog altijd in mijn top 10 favoriete games allertijden, en sindsdien ben ik trouw fan gebleven. Mijn verwachtingen waren dan ook torenhoog na 10 jaar opgebouwde anticipatie. Weet Bioware mijn hart wederom in vuur en vlam te zetten, zoals ze dat al zo vaak deden?
Een Nieuwe Dreiging Vanuit de Veil

In Dragon Age: The Veilguard heb je de controle over je zelf ontworpen Rook. Je kunt kiezen uit de rassen mens, dwerg, elf en Qunari. Daarnaast zijn de klassen warrior, mage en rogue beschikbaar. Wanneer je het uiterlijk naar wens hebt ontworpen, en de achtergrond van het karakter hebt gekozen, ben je er klaar voor om je eerste stappen in het prachtige Noord Thedas te zetten.
Hoelang die wereld prachtig blijft is maar de vraag, want twee eeuwenoude Elven goden ontsnappen uit de door Solas’ (een party lid uit Dragon Age: Inquisition en tevens een Elven god) ontworpen gevangenis in de Veil, en willen de Blight op de wereld loslaten. Als deze termen als Grieks voor je klinken wil ik je vriendelijk doch dringend verzoeken de eerdere Dragon Age games te spelen. Ondanks dat je hier zeker kunt instappen, zit de game vol met referenties naar de eerdere games en komen bepaalde momenten nóg beter tot hun recht wanneer je de historie hebt doorlopen.
Twee losgeslagen Goden en hun leger Darkspawn en ander gespuis stoppen is een helse opgave, maar gelukkig staat Rook niet alleen. De focus in Dragon Age: The Veilguard ligt op het bouwen en optimaliseren van je team en het maken van allianties (door side quests uit te voeren voor verschillende facties), iets dat Bioware fans ongetwijfeld zal doen denken aan Mass Effect 2. Het DNA van naar mijn mening één van de beste games ooit gemaakt is duidelijk terug te vinden in de opzet van deze game, en loopt als een heerlijke rode lijn door tot aan het epische einde.
Een Aanzienlijke Sprong Voorwaarts Op Het Gebied Van Combat

Ondanks mijn eerdere lof voor Origins, was de combat in die game niet om over naar huis te schrijven. In het tweede deel en vervolgens Inquisition ging het met babystapjes iets beter, maar gelukkig is de sprong in The Veilguard een stuk groter. Er zijn belonende perfecte parry’s en ontwijkingen die je timing testen, maar waar je niet zoveel op hoeft te anticiperen. Je kunt al je lichte en zware aanvallen annuleren in een parry of dodge. Dit komt het tempo van gevechten ten goede, maar zorgt er tegelijk voor dat je je aanvallen niet bepaald uit hoeft te plannen. Hierdoor voelde de game, in ieder geval op ‘normal’ mode, vrij makkelijk. Het feit dat je teamleden oneindig leven hebben en dus nooit worden uitgeschaeld, helpt hier ook niet aan mee.
“Je kunt al je lichte en zware aanvallen annuleren in een parry of dodge. Dit komt het tempo van gevechten ten goede, maar zorgt er tegelijk voor dat je je aanvallen niet bepaald uit hoeft te plannen.”
Natuurlijk zijn er ook visueel spectaculaire skills die van je beeldscherm knallen, die je uiteraard via de uitgebreide skill tree nog sterker kunt maken. De skill points die je verzamelt door quests af te ronden en vijanden te verslaan kun je flexibel inzetten. Je kunt deze op ieder moment weer innen en aan andere skills besteden, waardoor je je build kunt aanpassen wanneer dat nodig is, of simpelweg als je andere skills wilt uittesten. Het gratis respeccen van je karakters is altijd bonuspunten waard, in mijn ogen.
Ik heb het spel voltooid als Warrior. Je kunt in deze klasse wisselen tussen een kleiner wapen plus schild, of een zwaarder, tweehandig wapen. Het wisselen tussen de twee is vrijwel direct en met één knop te doen, waardoor je het eenvoudig op de vijanden kunt aanpassen.
Terwijl je op je vijanden inhakt bouw je ‘rage’ op, wat je kunt gebruiken om je speciale aanvallen in te zetten. Deze speciale aanvallen zien er fraai uit, en kun je bovendien combineren met die van je teammaten. Zo kunnen zij een vijand bijvoorbeeld bevriezen, en kun jij er een vernietigende vervolgaanval op uitvoeren. Je kunt de speciale aanvallen van je teammaten ook aansturen, waardoor de samenstelling van je team iets is om bij na te denken. Zo is het handig om ervoor te zorgen dat één persoon voor de voorbereiding kan zorgen, en de tweede de afmaker is.
Wel word je doodgegooid met een grote hoeveelheid zogeheten schade-sponzen. Ik merkte dat ik hierdoor soms even klaar was met de gevechten die vaak iets langer duurde en iets vaker voorkwamen dan ik had gewild. Op den duur kon mijn verstand op nul en voerde mijn team en ik telkens dezelfde acties uit om maar weer zo snel mogelijk af te zijn van een horde Darkspawn. Om vervolgens een minuut later weer hetzelfde te doen.
Je team geeft tijdens de gevechten ook wat commentaar op wat er gebeurt, wat ik een leuk detail vond. Ze waarschuwen je soms waar aanvallen vandaan komen, of geven elkaar (en jou) een compliment wanneer er met een vijand wordt afgerekend. Dit draagt bij aan het tot leven brengen van de toch al sprankelende cast metgezellen, waar ik gedurende de game steeds meer om ging geven.
Alles Draait Om de Companions

Vijftig procent van de RPG’s vallen of staan op basis van de kwaliteit van je teamleden. Wat zou Mass Effect zijn zonder Wrex en Garrus, wat zou Baldur’s Gate 3 zijn zonder Karlach en Astarion? Een groot deel van het epische gevoel dat deze games over wil brengen komt voort uit het ‘wij tegen de wereld’ verhaal, en Dragon Age: The Veilguard zet hier dubbel op in.
“Saaie teamgenoten zijn er in Dragon Age: the Veilguard niet te vinden. Natuurlijk was ik meer geïnvesteerd in bepaalde karakers en hun verhalen, maar ik heb mij met iedereen vermaakt.”
Wanneer je niks om het lot van je teamgenoten zou geven, verliest de missie zijn charme en urgentie. Eén van mijn meest memorabele gaming momenten is nog altijd dat moment waarop je (Mass Effect spoilers) in Mass Effect 1 moest kiezen welke van je twee teamleden je zou redden. Dat één daarvan tot de saaiste game personages ooit behoorde maakte de keuze makkelijker, maar het idee was goed. En nee, ik noem geen namen…Vooruit, omdat je zo aandringt: Kaidan.
Saaie teamgenoten zijn er in Dragon Age: the Veilguard niet te vinden. Natuurlijk was ik meer geïnvesteerd in bepaalde karakers en hun verhalen, maar ik heb mij met iedereen vermaakt. Alle verhaallijnen hadden hun interessante en vaak ook grappige momenten te bieden, en ik zag er altijd weer naar uit om op stap te gaan met de leden van het team.
Ze hebben allemaal hun eigen doelen, uitdagingen en worstelingen, waar jij ze bij kunt helpen. Dit gebeurt voornamelijk in de vorm van side quests. Soms hoef je slechts met een teamlid te spreken of samen iemand te ontmoeten, en andere keren moet je afrekenen met bepaalde vijanden. Stapsgewijs leer je de markante metgezellen steeds beter kennen, en zij elkaar. Want niet alleen Rook groeit dichter naar het team toe, hetzelfde gebeurt onderling.
Dit is terug te zien in bepaalde cutscenes nadat je quests voltooid, of gewoon tijdens het doorlopen van je quests of het verkennen van de wereld. Naast Rook mag je twee teamleden meenemen, en de dialogen die ontstaan variëren tussen aandoenlijk, emotioneel en hilarisch. Het tweetal dat je achtervolgt gaat met elkaar in gesprek over de dingen die jullie als team meemaken, of die in hun persoonlijke levens spelen. Het voegt ook replay waarde toe om te experimenteren met verschillende team combinaties, en nieuwe gesprekken te ontdekken.
Het Ontdekken Van de Wereld Zit Goed In Elkaar

Over ontdekken gesproken; ik heb mij vermaakt met het rondlopen in de prachtige wereld van Dragon Age: The Veilguard. Sommige omgevingen zijn om je vingers bij af te likken, en bovendien zijn ze leuk om doorheen te navigeren. De game heeft geen open wereld, maar is opgedeeld in verschillende hubs. Denk hierbij aan het charmante, door Venetië geïnspireerde Treviso, of het schitterende Arlathan Forest.
Deze hubs zijn dusdanig ontworpen dat ze slim in elkaar doorlopen. Je kunt shortcuts ontgrendelen door ladders naar beneden te schieten of bepaalde deuren te openen, en kleine puzzels oplossen om schatkisten te openen. Het voelde altijd lekker om mij succesvol een weg te banen naar een subtiel verstopte schatkist.
“Klein puntje van kritiek: voor 9 van de 10 armors wilde ik de modepolitie bellen. Ik liep er vaak als een clown bij in plaats van de laatst overgebleven man die het schild vormde tegen het einde van de wereld..”
In deze kisten kun je wapens en pantser aantreffen. Iedere keer wanneer je een item aantreft dat je al hebt, wordt je item geupgrade naar een zeldzamere variant. Het wordt hierdoor sterker en krijgt met ieder nieuw niveau een extra bonus, zoals meer schade, weerstand of minder cooldown tijd voor je speciale skills.
Klein puntje van kritiek: voor 9 van de 10 armors wilde ik de modepolitie bellen. Ik liep er vaak als een clown bij in plaats van de laatst overgebleven man die het schild vormde tegen het einde van de wereld. Gelukkig zijn er ook ‘appearances’ te verzamelen, waarmee je de statistieken van een bepaald armour kunt houden, maar het uiterlijk kunt veranderen. Dit was een absolute must.
Side Quests Vormen Samen Een Goed Geheel, Maar Stellen Individueel Niet Veel Voor

Het RPG syndroom; side quests stellen vaker wel dan niet teleur. Nog altijd is The Witcher 3: Wild Hunt de enige game die ik heb gespeeld waarin side quests net zo goed, en soms zelfs beter waren dan de main quests.
Dragon Age: The Veilguard weet deze ban niet te breken. De companion gerelateerde side quests zijn wél erg sterk, maar het merendeel van de overige side quests is vaak een kwestie van “ga daarheen, slacht wat darkspawn af, en kom terug.” In veel van de side quests heb je als Rook weinig tot niets in te brengen in de vorm van dialoog of keuzes, en voer je slechts wat standaard handelingen uit.
Wel leiden deze quests op den duur tot een goede samenloop van verschillende aspecten, en lijken ze je te herinneren dat je je acties niet voor niks hebt uitgevoerd. Je handelingen dragen bij aan de support die de verschillende facties voor je team zullen leveren, en side quest verhalen die doorlopen in meerdere chapters kennen vaak wel een goed afgerond en waardevol einde, wat meer is dan de meeste games over hun side quests kunnen zeggen.
Wat ook in het voordeel van de quests werkt; ze zijn vaak redelijk snel af te tikken. De meeste quests kun je in zo’n tien minuten tackelen, waardoor het gehalte; vooruit, nog één quest voor ik ga slapen, erg hoog is.
De Nieuwe Art Style Beviel Me Een Stuk Beter Dan Gedacht

Toegegeven: toen de eerste trailers uit de doeken werden gedaan was ik teleurgesteld. Ik vond de stijl er nogal Disney-achtig uitzien. Maar eigenlijk heb ik mij er geen moment aan gestoord. Sterker nog, ik begon het al snel te waarderen. Graphics kunnen ook mooi zijn zonder fotorealisme, de stijl gaat boven alles en Dragon Age: The Veilguard is daar een goed voorbeeld van.
De karaktermodellen en hun gezichtsuitdrukkingen zijn erg goed gedaan en geven de personages identiteit en charme. De lichteffecten, en hoe deze op de karaktermodellen vallen, zien er fraai uit en stijlvol uit. Ondanks dat het geen fotorealisme is, is deze game een lust voor het oog.
Ook de animaties zijn me opgevallen. Simpele dingen als een teamlid dat met haar benen opgetrokken op bank zit, of iemand die een kopje koffie drinkt terwijl je met hem spreekt. In veel games zijn de gesprekken statisch en staan betrokkenen er wat verloren bij. In the Veilguard voelen de scenes levend. Karakters kijken van persoon naar persoon, afhankelijk wie er aan het woord is, en lijken daadwerkelijk onderdeel van wat er gebeurt in plaats van dat ze simpelweg in actie springen wanneer het hun beurt is.
Een Lichtere Stijl

Niet alleen op visueel gebied heeft Bioware voor een andere stijl gekozen. De Disney stijl waar ik het zojuist over had, is op sommige momenten ook terug te vinden in de storytelling. Er zit veel humor in de game. Rook zelf heeft er een handje van om sarcastisch of grappig uit de hoek te komen (niet alleen wanneer je daar speciaal voor kiest in dialogen), en ook sommige van je teammaten deinzen er niet voor terug.
“Vooral de interactie met bepaalde teamleden en hun opvallende en unieke kompanen (want ja, ook sommige kompanen hebben hun eigen kompanen) waren vermakelijk.“
Het feit dat Dragon Age: Origins nog altijd mijn onbetwiste favoriet is, komt onder meer door het grauwere verhaal. Vergeleken met de stijl en het verhaal van Origins is the Veilguard op veel vlakken een vrolijk circus. Dit is iets waar ik even aan moest wennen, maar op het moment dat ik het een plek wist te geven en de nieuwe waarheid accepteerde, leerde ik de nieuwe stijl al snel waarderen voor wat het was.
Rook en het team toverden meermaals een lach op mijn gezicht. Vooral de interactie met bepaalde teamleden en hun opvallende en unieke kompanen (want ja, ook sommige kompanen hebben hun eigen kompanen) waren vermakelijk. Dit alles droeg bij aan de waardering en affectie die ik gaandeweg opbouwde voor mijn team, waardoor ik er steeds meer op gebrand raakte om ervoor te zorgen dat ik iedereen in leven zou houden.
Conclusie

Dragon Age: The Veilguard stelt ons voor aan een cast karakters waar ik al snel om begon te geven. De actie is, ondanks dat het op den duur wat repetitief wordt, beter dan ooit en is visueel spectaculair.
Het verkennen van de wereld is bevredigend. Niet alleen vanwege het feit dat de omgevingen een lust voor het oog zijn, maar ook door het slimme level design, de introductie van simpele puzzels en de altijd interessante lore die in de wereld verstopt zit
Verhaallijnen komen bevredigend samen in een bloedstollende en grandioze conclusie die ik niet snel zal vergeten.






